Anita Manshanden

1966

In de periode na haar afstuderen aan de Gerrit Rietveld Academie (1991) maakt Anita Manshanden relatief kleine beelden met een monumentaal karakter. Geïnspireerd door moorse architectuur ontstaan tempelachtige vormen, met een gesloten onderkant en een kantachtig, semi-transparant bovendeel. Het contrast van gesloten en open wordt benadrukt door het gebruik van brons- en goudachtige glansglazuren voor de massieve onderkant, terwijl de filigraan-achtige bovenkanten een matte, korrelige huid hebben, vaak felblauw. Haar fascinatie voor moorse ornamentiek leidt Manshanden uiteindelijk naar de bron ervan: de natuur zelf.

Ruimtelijk werk
In 2000 maken de gesloten vormen plaats voor geheel uit ornamenten opgebouwde, open organische vormen. Het vlakke lijnenspel verdwijnt en het werk wordt ruimtelijker. De beelden worden uitgevoerd in één kleur sinterengobe. In de vormen zijn telkens weer nieuwe lijnen te ontdekken, en het is fascinerend om uit te zoeken hoe ze ontstaan zijn. Zelf zegt zij: "Mijn objecten zijn geen imitaties van de natuur, ze zijn ontstaan zoals de natuur, gegroeid, uitgekristalliseerd."
Een belangrijke inspiratiebron is het boek 'Urformen der Kunst' van de Duitse botanicus en fotograaf Karl Blossfeldt (1865-1932). De macro-opnames van planten en bloemen inspireren haar bij de constructie van haar objecten.

nr.1
Rosella

nr.2
Seseli

Terug naar de stockpagina.